Native speaker level; hoe bereik je dat?

Wellicht wil je natuurlijker Engels spreken. We hebben het eerder gehad over het belang van een goede uitspraak. Het belang om jezelf goed verstaanbaar te maken en serieuzer genomen worden. Daarom gaan we deze keer kijken naar een aantal tips om meer te gaan klinken als een native speaker. Ik krijg vaak de vraag wat de beste manier is om dit te bereiken. Vandaag gaan we kijken naar de stappen die je kunt zetten om te gaan klinken als een native speaker. Als dit nog een brug te ver is, gaat het je zeker helpen om het Engels beter te begrijpen en spraakverwarringen te voorkomen.

Zorgvuldiger luisteren

Vloeiender spreken begint eigenlijk bij intensief luisteren. Luisteren naar de native speaker en het imiteren van zijn/haar spreekstijl zal je enorm helpen bij het verbeteren van je Engels.

De volgende keer dat je naar je favoriete Netflix-serie kijkt moet je eens letten op de vocabulaire die je favoriete acteur gebruikt en luisteren naar zijn/haar natuurlijke intonatie.

Gebruik ‘fillers’ om natuurlijker te klinken

Fillers zijn niet-woorden die gebruikt worden als we even niet weten wat te zeggen of onze gedachten moeten ordenen.  Woorden als ‘hmm’, ‘um’ of ‘like’.

Maak gebruik van idioms

Als we luisteren naar native speakers, zul je ongetwijfeld de grappige zinnetjes opmerken die we idioms noemen oftewel spreekwoorden en gezegden. Je kunt ze niet letterlijk vertalen en je kunt ze überhaupt niet letterlijk nemen. We gebruiken ze om onze taal op te vrolijken, zaken met elkaar te vergelijken die op het eerste gezicht niet te vergelijken vallen of om dingen te verduidelijken.

Voorbeelden:

In the blink of an eye [very fast] of it’s a piece of cake [it’s easy] kunnen je taalgebruik naar een hoger niveau tillen en laat je natuurlijker Engels spreken.

Hier zijn nog een aantal tips om natuurlijker Engels te gaan spreken
Samentrekkingen:

Wanneer een Engelsman Engels spreekt, maakt hij zoveel mogelijk gebruik van samentrekkingen. Er is een groot verschil tussen de geschreven en de gesproken taal.

Kijk eens naar deze samentrekkingen van hulpwerkwoorden:

“Why did” = “Why’d”  

“Something is” = “Something’s”  

“What have” = “What’ve”  

“It would” = “It’d”.

Woorden aan mekaar plakken:

Als een woord eindigt met een medeklinker en het volgende woord begint met dezelfde medeklinker, spreken we er maar een uit.

Voorbeeld: black coffee = klinkt als ble koffie

Als een woord eindigt met een medeklinker en het volgende woord begint met een klinker, dan versmelten de lettergrepen.

Voorbeeld: not at all

Lettergrepen inslikken:

Niet elke lettergreep wordt uitgesproken. Luister maar eens naar het woord comfortable = comf tu b.l //             interesting = in tres ting         //         every = e vry

Een goed online woordenboek kan je hierbij helpen. Je Engels zal echt een vlucht nemen als je dit onder de knie krijgt.

Juiste klemtoon in woorden

Als je de klemtoon verkeerd gebruikt, snappen mensen niet wat je zegt. Dus weet welke lettergreep in een woord de klemtoon heeft. Voeg je een nieuw woord toe aan je vocabulaire, leer dit woord dan altijd in combinatie met de goede uitspraak zodat je weet waar de klemtoon ligt.

Juiste klemtoon in zinnen

Hetzelfde geldt voor zinnen. Er is altijd een woord dat de klemtoon krijgt anders klink je als een robot. De klemtoon geeft ook aan welk woord jij belangrijk vindt, zeg maar de essentie van de zin. Een andere woord met de klemtoon verandert de gehele zin.

I work in London

I work in London

Het is de toon die de muziek maakt: let op de juiste intonatie

Intonatie is de muziek in een zin. Luister goed naar een native speaker en hoor hoe de intonatie is. Het omhoog en naar beneden gaan van de stem. Besteed de volgende keer dat je naar een film of serie kijkt, daar eens aandacht aan.

Maak gebruik van ‘connectors’ om meer te gaan klinken als een native speaker

Een van de meest waardevolle tips die ik kan geven is het gebruik gaan maken van connectors. Dit zijn woord combinaties die niet specifiek onderdeel uitmaken van de boodschap maar meer de gedachten aan mekaar plakken. Woorden die aangeven dat je actief aan het luisteren bent en een introductie op een opmerking.

Hier zijn wat voorbeelden:

  • Als iemand je iets verbazingwekkends vertelt: ‘My friend has won the lottery!’, kun je als volgt reageren: ‘Has he?!’ of ‘Has he really?’
  • Je kunt ‘so’, ‘right’ of ‘well’ zeggen om een volgende gedachte te introduceren
  • Je kunt ‘right’ of ‘I see’ zeggen om aan te geven dat je aan het luisteren bent naar je gesprekspartner

(meer…)

Lees verderNative speaker level; hoe bereik je dat?

Goede uitspraak in het Engels – waarom zo belangrijk?

Wij leren Engels op school, we gebruiken Engels in het bedrijfsleven, we kijken veel Engelstalige films en series, kinderen spelen Engelstalige videogames dus als je aan een Nederlander vraagt of hij het Engels beheerst zal hij JA zeggen. Maar hoe goed zijn we eigenlijk en is een goede uitspraak nu echt zo belangrijk – ze begrijpen me toch?

Engelse uitspraak door Nederlanders wordt zwaar overschat

Nou, dat blijkt dus zwaar tegen te vallen. Communicatie is het overbrengen van een boodschap, het geven van instructies of het stellen van vragen en daar wil je geen misverstanden hebben. Dit kan op heel veel fronten tot catastrofale consequenties leiden. Een goede uitspraak is een van de meest onderschatte vaardigheden bij het leren van een taal. Hier wordt bijvoorbeeld in het voortgezet onderwijs nauwelijks aandacht aan besteed. De gelimiteerde kennis hierover is dus begrijpelijk.

Rias vd Doel gepromoveerde in 2006 met het proefschrift: How friendly are the natives? An evaluation of native-speaker judgements of foreign-accented British and American English. Hij vindt dat er meer oog moet zijn voor de verschillen in uitspraak tussen het Nederlands en het Engels. Er moet hier op scholen meer aandacht aan besteed worden om latere problemen te voorkomen. We besteden veel tijd aan woordenschat en grammatica maar zonder kennis van een goede uitspraak is de vaardigheid incompleet.

De beheersing van de juiste uitspraak van klinkers cq medeklinkers en de juiste klemtoon brengen je zoveel verder.

Onderzoek naar de uitspraak van niet-natives in het Engels

Het onderzoek van Rias van den Doel in 2006 heeft uitgewezen dat Nederlanders helemaal niet zo goed zijn als we zelf denken. Het is zelfs zo dat we onszelf enorm overschatten. Het onderzoek, naar de uitspraak van niet-moedertaalsprekers in de EU, bracht aan het licht dat de meeste Europeanen zeiden dat ze voor 20-30% een Engels gesprek tot een goed einde weten te brengen. Hier staat tegenover dat 80-90% van de Nederlanders dit over zichzelf denkt.

Aan de andere kant bleek echter dat een kwart van de Nederlandse onderhandelingen stuk loopt op het Engels. Het struikelblok was daarbij niet de woordenschat of een gebrekkige zinsopbouw maar de uitspraak. Hinderlijke fouten in de uitspraak leiden tot irritatie, onbegrip en/of miscommunicatie. Soms bleek dat mensen totaal niet in staat waren om zichzelf verstaanbaar te maken. Dit komt omdat de woorden niet begrepen worden door de verkeerde uitspraak. Dan heb ik het niet over een Nederlands accent maar puur over de verkeerde uitspraak van klinkers en medeklinkers. Regionale verschillen brengen namelijk ook bij native-speakers een ander accent teweeg – vergelijk Brits Engels maar eens met Amerikaans/Iers/Canadees/Australisch/Indisch/Zuid-Afrikaans Engels.

Bij een onjuiste uitspraak moeten mensen veel moeite doen om je verhaal te volgen en kan de aandacht snel verslappen. Mensen kunnen op het verkeerde been worden gezet of haken af als ze de lijn van het verhaal niet (meer) kunnen volgen.

Iemand met een goede uitspraak maar met grammaticale fouten is makkelijker te volgen dan iemand met een perfecte kennis van grammatica maar met een foute uitspraak. Zoals vd Doel aangeeft is er een duidelijk verschil tussen eggs en ex – tussen bed en bet. Verwar de celery vooral niet met je salary.

Niet vrijwillig in te zetten maar een cruciaal onderdeel

Het is niet een extra-tje dat je kunt inzetten als je de andere taalvaardigheden beheerst maar een cruciaal onderdeel dat te vaak vergeten wordt.

Kortom wees je bewust van het belang van een goede uitspraak. Onderschat de kracht van een goede uitspraak niet.

Een slechte uitspraak kan namelijk een aantal onbedoelde neveneffecten hebben.

* Op het gebied van communicatie:

Een opmerking kan ineens als een vraag klinken of een verkeerde klemtoon maakt het geheel ineens onbeschoft.

* Op het gebied van vakbekwaamheid:

Je wilt een goede indruk maken bij dat sollicitatie gesprek of je wilt kans maken op die promotie of stageplek. Bij verkeerd taalgebruik laat je onbedoeld een verkeerde indruk achter.

* Op economisch vlak:

Zoals ik al eerder aangaf bleek uit het bovengenoemd onderzoek dat er vaak onderhandelingen stuk lopen op kennis van het Engels. Een bedrijf kan zoveel meer bereiken als hier aandacht aan besteed wordt.

Je hoeft geen Frans Timmermans te worden, als je maar niet (meer) zo klinkt als Louis van Gaal.


(meer…)

Lees verderGoede uitspraak in het Engels – waarom zo belangrijk?

Waarom is Engels leren zo moeilijk?

Dyslecten hebben moeite met de fonologische verwerking van taal. Dit betekent dat er een verminderd bewustzijn van de klankstructuur is. In de praktijk houdt dit in dat er moeite is met het om kunnen zetten van letters in een klank en klanken in een letter. Hier kun je lezen waarom Engels dan zo moeilijk is. Wat zijn de specifieke problemen bij het leren van Engels.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Moeite met het verdelen van woorden in klanken
  • Moeite met het samenstellen van woorden uit losse klanken
Specifieke problemen bij het leren van Engels

Als we dan gaan kijken naar het leren van Engels zien we een aantal specifieke problemen.

Er is geen of beperkte kennis van de uitspraak

  • Er is moeite met spellen. Doordat er weinig inzicht is in de woordopbouw is er meestal grote moeite om woordbetekenissen te herleiden.
  • Er is moeite met het onthouden van de te leren woordjes.
  • Er is onvoldoende resultaat van intensief oefenen.

Dit zie je ook terug in de overige vaardigheden (spreken, luisteren, begrijpend lezen en schrijven).

Maar het grootste struikelblok is het aanleren van de nieuwe klank- en tekenkoppelingen. Het Engels is niet transparant zoals het Spaans en Italiaans.

Het alfabet bestaat gewoon uit 26 letters maar hiermee maken we 44 klanken. In Engeland wordt er aandacht aan besteed maar in Nederland is hier nauwelijks aandacht. Dit inzicht hebben dyslecten juist zo hard nodig.

Als we hier wat dieper op ingaan zien we bijvoorbeeld dat iedere taal zijn eigen klanken heeft. Duits ligt bijvoorbeeld dicht bij het Nederlands. Maar in het Engels krijgen we te maken met klanken die wij in het Nederlands niet kennen zoals “th” van “the” en de “sh” van “ship”.

Het Engels is ook nog eens de minst klankzuivere taal die er is. Spaans is wat dat betreft veel makkelijker; je schrijft wat je hoort.

Dit in ogenschouw nemend is het erg jammer dat er in Nederland geen aandacht wordt besteed aan spelling- en uitspraak onderwijs. Zeker als je bedenkt dat een goede uitspraak in veel gevallen leidt tot een correcte spelling.

Op Engelse scholen wordt er vanaf het 3de jaar uitgebreid aandacht aan besteed maar op Nederlandse scholen worden kinderen wat dat betreft in het diepe gegooid. Hij wordt geacht zelfstandig woordjes te leren en zelf een systeem te  ontdekken in voor hem onbekende klanktekenkoppelingen.

Eigenlijk is ieder kind gebaat bij overzicht maar voor dyslectische kinderen is het cruciaal.  Iedere leerling zou daarom baat hebben bij een uitgebreider uitspraak- en spellingonderwijs. Het is daarom belangrijk om inzicht te hebben in het systeem. Hoe werkt het nu precies?

Het Engels klanksysteem

Hoeveel klinkers zijn er? 5! Klopt. a,e,i,o,u

Maar hoeveel klinkerklanken zijn er? 20! We kunnen de klinkerklanken onderverdelen in korte klinkers, lange klinkers en tweeklanken.

Korte klinkers

Hier zijn wat voorbeelden van korte klinkers:

fish, cat, clock, umbrella, computer, egg and up

Lange klinkers

Dit zijn lange klinkers:  tree, car, horse, boot, bird

Tweeklanken

Als laatste hebben we de tweeklanken: train, bike, owl, boy, ear, chair, tourist

Stemhebbende medeklinkers

Daarnaast zijn er 24 medeklinkers. Die kunnen we onderverdelen in stemhebbend en stemloos. Bij stemhebbende medeklinkers trillen de stembanden mee en bij stemloze medeklinkers niet.

Kijk maar eens naar het verschil tussen de “p” en de “b”. Wie hoort het verschil tussen  deze woorden? pet, bed en tussen de “d” en de “t” – bad, bat

En het verschil tussen de “v” en de “f”. Hoe spreek ik deze woorden uit? very, ferry

Als je dit verschil nooit uitgelegd hebt gekregen vraagt je zoon, dochter, leerling zich waarschijnlijk af waarom jij het over een “vleermuis” hebt terwijl je “slecht” bedoelt.

Dit zijn nog wat voorbeelden van stemhebbende medeklinkers: bag, dog, girl, jazz, leg, monkey, nose, singer, right, television, mother, vase, witch, yacht, zebra

Stemloze medeklinkers

Als laatste hebben we hier voorbeelden van stemloze medeklinkers: parrot, key, flower, T-shirt, snake, shower, thumb, chess, house

Spelling vs uitspraak

Hoewel het belangrijk is dat er inzicht is in de uitspraak omdat deze samenhangt met sommige spellingen zijn er ook veel verschillen tussen spelling en uitspraak. Dit maakt het Engels ook zo moeilijk.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van eenzelfde letter maar met verschillende klanken:

Voorbeelden: dough, enough, through, bought, cough

Spelling vs uitspraak

Of woorden die dezelfde klank delen maar geschreven worden met verschillende letters.

Voorbeelden:

day, great, name, eight

two, blue, loo, fruit, news, Europe

milk, busy, biscuit, minute, wait

Spelling vs uitspraak

Er zijn ook veel meer uitzonderingen (veel meer weet-woorden). Woorden die je moet inprenten/uit je hoofd moet leren

Voorbeelden:

laugh, rich, much, such


(meer…)

Lees verderWaarom is Engels leren zo moeilijk?

Brits Engels en Amerikaans Engels – De verschillen

Waarom wordt er niet overal hetzelfde Engels gesproken?

Je zou zeggen dat dat een stuk makkelijker was maar nadat Amerika was gesticht, besloot Noah Webster een woordenboek te gaan schrijven van de Amerikaanse taal. Een nieuw land vereiste een nieuwe taal. Hij heeft niet alleen nieuwe woorden toegevoegd maar vervolgens de Britse taal ontdaan van alle in zijn ogen overbodige letters of woorden die volgens hem onlogisch werden gespeld. Dit maakt voor veel mensen Amerikaans Engels makkelijker dan Brits Engels. Een taal verandert altijd mettertijd als gevolg van invloeden van andere landen of in de huidige tijd als gevolg van films, tv series en boeken. In het Brits Engels zie je veel Franse invloeden bijvoorbeeld. Denk maar eens aan table en centre en litre.

Dit zijn de belangrijkste spellingverschillen tussen Brits Engels en Amerikaans Engels.

BRITS ENGELS                                            AMERIKAANS ENGELS          
  • -ise                                                                           -ize

characterise                                                                       characterize

prioritise                                                                            prioritize

specialise                                                                           specialize

apologise                                                                            apologize

organise                                                                              organize

recognise                                                                            recognize

  • -yse                                                                           -yze

analyse                                                                                analyze

paralyse                                                                              paralyze

catalyse                                                                               catalyze

Maar:

size                                                                                      size

exercise                                                                               exercise

  • -our                                                                           -or

colour                                                                                   color

flavour                                                                                  flavor

harbour                                                                                harbor

favour                                                                                   favor

behaviour                                                                            behavior

humour                                                                                humor

neighbour                                                                            neighbor

  • -re                                                                               -er

centre                                                                                   center

fibre                                                                                      fiber

litre                                                                                       liter

theatre                                                                                  theater

  • -e (ae or -oe)

leukaemia                                                                           leukemia

manoevre                                                                           maneuver

oestregen                                                                            estrogen

paediatric                                                                           pedriatric

diarrhoea                                                                            diarrhea

anaesthesia                                                                        anesthesia

  • -ence                                                                        -ense

defence                                                                             defense

licence (zelfst nmw)                                                          license (z nw / ww)

to license (werkwoord)

offence                                                                                offense

pretence                                                                             pretense

  • -ice                                                                            -ise

advice (zelfst. nmw)                                                            advice (zelfst. nmw)

to advise (werkw.)                                                               to advise (werkw.)

practice (zelfst. nmw)                                                          practice (z nw/ ww)

to practise (werkwoord)

  • -isation                                                                    -ization

organisation                                                                        organization

authorisation                                                                      authorization

Specialisation                                                                     specialization

  • -ogue                                                                        -og

catalogue                                                                            catalog

analogue                                                                             analog

dialogue                                                                              dialog

  • e                                                                                 –

judgement                                                                          judgment

ageing                                                                                aging

acknowledgement                                                             acknowledgment

  • -l / -ll of                                                                   -ll/-l

labelled                                                                                labeled

signalling                                                                             signaling

travelled                                                                              traveled

fuelled                                                                                 fueled

skilful                                                                                   skillful

enrol                                                                                     enroll

fulfil                                                                                     fulfill

Maar:

revealing                                                                             revealing

Je mag zelf kiezen of je Brits Engels of Amerikaans Engels gebruikt daarentegen moet je wel consequent zijn. Eenmaal begonnen te schrijven in Brits Engels dan kun je niet halverwege overstappen naar Amerikaans Engels. Als je in Nederlands Engels leert, zal dat over het algemeen Brits Engels zijn. Als je Amerikaans Engels wilt leren, moet je dat apart vermelden.


(meer…)

Lees verderBrits Engels en Amerikaans Engels – De verschillen

Klemtoon: To stress or not to stress – that is the question

Je moet duidelijk spreken om begrepen te worden. Een verkeerd geplaatste klemtoon of helemaal geen kan net zo veel misverstanden veroorzaken als verkeerd woordgebruik. Een goed gebruik van de klemtoon is geen optie maar een verplicht onderdeel van de taal.
Waarom is beklemtoning belangrijk?

Het gebruik van beklemtoning wordt niet gebruikt in elke taal. In sommige talen zoals bijvoorbeeld Japans en Frans worden woorden uitgesproken met dezelfde klemtoon ~ eq-ual / em-pha-sis. Maar in andere talen, het Engels bijvoorbeeld, is het gebruik van de klemtoon gebruikelijk.

De klemtoon is niet een optie die je kunt toepassen en toevoegen aan de taal wanneer je dat wilt. Het is onderdeel van de taal! Gevorderde sprekers gebruiken dit om sneller en met meer precisie te kunnen communiceren. Als je bijvoorbeeld een woord niet goed verstaan hebt, is het nog steeds te begrijpen als je luistert naar de positie van de klemtoon.

Denk maar eens aan PHOtograph and phoTOgrapher. Als je je nu bedenkt dat je spreekt met iemand met een hele slechte verbinding. Je kunt weten over welk woord het gaat als je enkel de eerste twee lettergrepen hebt gehoord en door te luisteren naar de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep weet je of het gaat over het item of over de persoon.

In het Engels zeggen we dus niet elke lettergreep met dezelfde kracht. We benadrukken maar een lettergreep. We zeggen een lettergreep luid en duidelijk en alle andere lettergrepen zacht. Een gevorderde spreker luistert alleen naar de beklemtoonde lettergrepen en niet naar de zwakke lettergrepen. Als je het gaat toepassen in je taalgebruik, zal je gelijk en automatisch je begrip en uitspraak verbeteren.

Probeer dit te horen in elke individueel woord elke keer als je luistert naar het Engels – op de radio, in films of op tv bijvoorbeeld. Je eerste stap is om ze te horen en te herkennen. Daarna kun je ze gaan toepassen.

1 De klemtoon in een woord (word stress)

Er zijn twee simpele regels voor het gebruik van beklemtoning.

1.            Een woord heeft maar een x een klemtoon. 

2.            We kunnen alleen klinkers van klemtonen voorzien.

Dit is enkel een handleiding van regels maar aangezien er veel uitzonderingen zijn is het beter om te luisteren naar de muziek van de taal dan te krampachtig vast te houden aan de regels. Schrijf dus altijd naast de betekenis ook de uitspraak op in je “nieuwe woorden boekje”.

A.           Klemtoon op de eerste lettergreep

2-lettergrepige zelfstandige naamwoorden:     PREsent –  EXport

2-lettergrepige bijvoeglijke naamwoorden:      SLENder – HAppy

B.            Klemtoon op de laatste lettergreep

2-lettergrepige werkwoorden:                          preSENT – exPORT

C.           Klemtoon om de voorlaatste lettergreep

Woorden eindigend op -ic :                 GRAphic – geoGRAphic – geoLOgic

Woorden eindigend op -ion :              teleVIsion – reveLAtion

D.        Klemtoon op de derde lettergreep van achter.

Woorden eindigend op                                         deMOcracy – dependiBIlity

-cy, -ty, -phy and -gy :                                         phoTOgraphy – geOlogy

Woorden eindigend op -al :                                 CRItical – geoLOgical

E.         Samengestelde woorden

Samengestelde zelfstandige naamwoorden:           BLACKbird – GREENhouse

Klemtoon op de eerste lettergreep

Samengestelde bijvoeglijke naamwoorden:           bad-TEMpered

Klemtoon op de eerste lettergreep

Samengestelde werkwoorden:                              underSTAND – overFLOW

Klemtoon op de laatste lettergreep

2  De klemtoon binnen een zin (sentence stress)

De nadruk die je legt op een woord binnen een zin is de muziek van gesproken Engels. Deze nadruk geeft je Engelse zin ritme. Je kunt de hele betekenis van de zin veranderen door de nadruk ergens anders te leggen.  Je kunt op deze manier nuances aanbrengen. Kijk maar eens naar deze zin en vergelijk de verschillende betekenis doordat de klemtoon verschuift.

I love your mother’s cooking

I love your mother’s cooking

I love your mother’s cooking

I love your mother’s cooking

I love your mother’s cooking


(meer…)

Lees verderKlemtoon: To stress or not to stress – that is the question

Verbeter je uitspraak – 5 punten waarop je je Engels kunt verbeteren

Verbeter je uitspraak….Je bent best tevreden over de vooruitgang die je de laatste tijd geboekt hebt maar toch ben je op zoek naar tips om je Engels te verbeteren. Hoe kun je nu je uitspraak verbeteren en nog beter Engels spreken. Zoek niet verder en gebruik deze tips. Je zult zien dat je uitspraak direct verbetert.

Verbeter je uitspraak met de volgende tips:

1       Het verschil tussen een hard of zacht uitgesproken [g] of [c]

Letter g (hard of zacht)

Een zachte [g] -> gevolgd door [y[, [i], [e]

gypsy             gel                  ginger            gentle

general         gym                giant              danger

Een harde [g] -> gevolgd door [a], [o], [u]

goat               goblet            gas                 dragon

goose            gutter             gather                       game

Letter c (hard of zacht)

Een zachte [c] -> gevolgd door [y], [i], [e]

circus             cycle              braces           rice

citizen            circle              juice               voice

Een harde [c] -> gevolgd door [a], [o], [u]

candle           cuddle           caring            corn

cave              curly               comedy        castle

2       Th sound

three              thought          thumb            birthday         bath               think

Om de goede klank te pakken te hebben doe je het puntje van je tong tussen je voortanden en blaas je lucht naar buiten. De klank die je dan vervolgens maakt is precies de goede. En onthoud ook hier weer als je denk dat je overdrijft, ben je op de goede weg om correct Engels te spreken.

Het is geen [d] [f] [v]. Vergelijk de volgende woorden met elkaar:

three – tree               birth – bird                 think – sink     thumb – dumb 

Oefen met deze tong twister

I thought a thought but the thought I thought I thought was not the thought I thought I thought

3       “Schwa” sound

De “schwa” klank is een korte en zwakke klank die voorkomt in woorden met twee of meer lettergrepen. Hij is meestal te vinden in de lettergreep waar geen klemtoon op ligt in woorden met 2 lettergrepen. De klank van de niet-beklemtoonde lettergreep is zacht uitgesproken en noemen we een “schwa”. Hij klinkt vaak meer als een “uh” als je hem uitspreekt en kan meerdere schrijfwijzen hebben.

London          together        button                       England         cousin            about

4       Stille “e”

cut-cute        cod-code     hat-hate        hop-hope      win-wine

De stille “e” vertelt ons hoe we andere letters in een woord uitspreken, het helpt bijvoorbeeld met uitspraak. Een stille “e” aan het eind van een woord met 1 of 2 lettergrepen vertelt je om een lange klinker te gebruiken voor de eerder genoemde klinkers in het woord.

De stille “e” geeft ook aan wanneer je een zachter klinkende medeklinker moet gebruiken in sommige woorden. Vergelijk “grace” en “age” met “cat” en “go

De stille “e” geeft de indicatie dat je de omringende medeklinkers zachter moet uitspreken.

Soms is een stille “e” nodig aan het eind van een woord om een lettergreep te maken. Iedere (zonder uitzonderingen en dat is bijzonder in het Engels) lettergreep heeft een klinker nodig. Door het toe te voegen van een “e” zorg je ervoor dat dus elk woord deze regel volgt.

Zonder de stille “e” zou bijvoorbeeld het woord handle (han-dle) de regel breken.

5       Uitspraak van de “r”

repeat           murderer       red

De “r” wordt in tegenstelling tot het Nederlands niet uitgesproken. Een rollende “r” is helemaal uit ten boze en de enige die een mooie rollende “r” kunnen en mogen maken zijn de Schotten.


(meer…)

Lees verderVerbeter je uitspraak – 5 punten waarop je je Engels kunt verbeteren

Help! Hoe spel ik dat?

Wie kent het niet? Je leert allerlei nieuwe woorden maar die spelling is iedere keer weer een probleem. Of je twijfelt ineens over de spelling van een woord. Hoe spel ik dat ook al weer? Neem deze spellingregels door en je hoeft nooit meer te twijfelen over de spelling.

 

Spelling regel 1: Na korte klinker, verdubbel je de medeklinker

drop – dropped             admit – admitted

big – bigger                   hot – hotter

Korte klinker klanken                                   Lange klinker klanken

A         hat, back, sad, apple, fast                         A         lake, make, cake,                                                                                                 mail, table

E         bed, elephant, spell, red, best                 E          ear, eat, feel, real,                                                                                               meal

I          fish, finish, chips, it                                 I          ice, idea, five, island

O         dog, hot, stop, lost, shop                          O         open, old, boat,                                                                                                   snow, nose

U         umbrella, under, fun, up, tub                   U         music, tube, huge,                                                                                             cute, glue

We verdubbelen nooit de k, w, x, y, z

Spelling regel 2: Voeg -es toe aan woorden met -s klank

Woorden met [s], [ss], [sh], [ch], [x], [z]

kiss      à kisses          watch à watches               box     à boxes         dress   à dresses

Spelling regel 3: Verandert de y – i of niet?

De [y] wordt een i als er een medeklinker voor staat:   study – studies

De [y] blijft een y als er een klinker voorstaat:                key – keys

Spelling regel 4: Stomme [e]

We spreken de [e] niet uit aan het eind van een woord

little                             hate                           make                         late

joke                             take                            like                            pebble

Die [e] vervalt als er -ing achteraan komt

move – moving      race – racing        taste – tasting       chase – chasing

Spelling regel 5: ‘s bij bezit – enkelvoud –

Eindigend op [s]                                 Niet eindigend op [s]

actress – actress’s role                     bird – bird’s cage

Spelling regel 6: s’ bij bezit – meervoud –

Eindigend op [s]                                 Niet eindigend op [s]

friends – friends party                    children – children’s toys

Spelling regel 7: Hoofdletters

Bij namen van personen, merken, plaatsen of landen

Brisbane                                 I

Luke                                       Australia

Spelling regel 8: Volgorde ie – ei

[i] voor [e] behalve achter [c] 

believe                      relieve                        receipt

deceit                        ceiling                        ancient

Spelling regel 9: Prefixes

Voorvoegsels worden voor woorden geplaatst om nieuwe woorden te vormen

remove                     impossible                 preview                     misspell

reheat                       improper                    preheat                     misbehave

Spelling regel 10: Suffixes

Achtervoegsels worden aan het eind van woorden om nieuwe woorden te vormen

beautiful                    fearless                      acceptable              happiness                

colourful                  worthless                 capable                    kindness


(meer…)

Lees verderHelp! Hoe spel ik dat?

Deze fouten ga jij niet meer maken

Fouten, we maken ze allemaal…Er zijn soms woorden waar je gewoon over blijft twijfelen. Woorden die leerlingen van elk niveau lastig blijven vinden. Dit is niet omdat de woorden zo moeilijk zijn maar omdat ze zo op elkaar lijken dus haalt je ze makkelijk door elkaar. Het kan zijn dat je al een aardig niveau hebt bereikt maar niet meer zeker weet hoe het ook al weer zat. Of je bent nog niet zo lang bezig en deze woorden zorgen iedere keer weer voor verwarring. Deze keer gaan we het hebben over een 10-tal woorden die op elkaar lijken maar iets anders betekenen. Deze fouten ga jij dus vanaf vandaag niet meer maken.
1. IT’S OF ITS

It’s is de samenvoeging van it is of it has en betekent het is

It is beautiful weather outside

It has been a sunny day today

Its is een bezittelijk voornaamwoord en verwijst naar dingen of dieren.

The car tipped on its side

We are looking at an elephant drinking its water from the river

2. TWO TOO TO

Two is een getal

There are two cupcakes on the table (for me of course)

Too betekent ook, iets dat ook voor jou geldt of te (veel)

I love chocolate brownies too!

I ate too many strawberry cheesecakes (onthoud deze zin goed, je weet nooit wanneer hij van pas komt…. ) 

3. THAN OF THEN

Than wordt gebruikt voor vergelijkingen en betekent bijvoorbeeld beter dan, slechter dan, groter dan, kleiner dan, slimmer dan, dommer dan….

He is funnier than his brother

Then is voor tijdsbepalingen met vertalingen als toen, daarna, vervolgens etc. Het kan zijn dat je het hebt over een aantal gebeurtenissen die achter elkaar plaatsvinden of je geeft iemand instructies die na elkaar moeten worden uitgevoerd.

I came home and then I went to the cinema

First you cut the onions and then you mix them with the cheese

4. THERE THEIR THEY’RE / WHERE WERE WE’RE

There betekent in het Nederlands daar of er.

There are three dogs in the garden

Has he ever been there?

Their is een bezittelijk voornaamwoord en betekent hun

They were talking about their holiday plans

They’re is een samenvoeging van they are een betekent zij zijn

They’re travelling through Africa at the moment. 

Oftewel: They’re over there in their house

Where betekent waar in het Nederlands en wordt als volgt gebruikt:

Where is the toilet?

Were is de verleden tijd van to be (zijn) en betekent waren

There were three bears close to our tent

We’re is een samenvoeging van we are en betekent wij zijn

We’re going to Ibiza!

We’re teachers

5. WITH WHICH WITCH

With betekent met

I went shopping with one of my friends

Which betekent die, dat of welke

Oh, which one?

The shop, which is owned by my dear friend, is very popular

Witch betekent heks

Which witch did you like best?  

6. MUCH OR MANY / FEW OR LESS

Much betekent veel en wordt gebruikt in combinatie met zelfstandig naamwoorden die je niet kunt tellen

I had much wine the other day

I don’t have much time to finish the project

Many betekent ook veel maar wordt gebruikt in combinatie met zelfstandige naamwoorden die je wel kunt tellen

I had many glasses of wine the other day

Many minutes passed before he said something

Little betekent weinig is voor niet-telbare woorden

Little time is left

Few betekent ook weinig maar is voor telbare woorden

I invited only a few friends

7. SOME OR ANY

Any wordt gebruikt in ontkennende zinnen en vragen

Are there any questions? No, I don’t have any questions

Some wordt gebruikt in bevestigende zinnen

Yes, I have some questions

Echter, als je iets aanbiedt zeg je Would you like some tea?

En als je naar alle waarschijnlijkheid “ja” als antwoord op je vraag krijgt, is het ook some

8. WHO’S WHOSE OR WHO WHOM

Who’s staat voor who is or who has en betekent wie is of wie heeft

Who’s that? That is Jack

Who’s made this drawing? It is beautiful

 Whose is een bezittelijk voornaamwoord en betekent wiens of van wie

Whose bag is this?

Who is het onderwerp van de zin

Who is Mr Bean?

Whom is het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp van de zin

Mr Bean, whom I met in the supermarket is really funny

9. IF OR WHEN

Het verschil tussen if en when is vrij cruciaal. In een zakelijk context bijvoorbeeld kom je veel zekerder over als je zegt: When we sign the contract

Vergelijk het maar eens met If we sign the contract

Zeg alsjeblieft nooit, if I come back from the toilet……

Bij if moet er namelijk aan een voorwaarde worden voldaan om tot een bepaald resultaat te komen en betekent als, op voorwaarde dat, mits en when wordt vertaald als wanneer of toen

10. YOUR OR YOU’RE

Your is een bezittelijk voornaamwoord en wordt vertaald als jouw, uw of jullie

Are these your shoes?

You’re is een samenvoeging van you are en staat voor jij bent

You are the best!

Met de bovengenoemde verschillen ben jij nu voorbereid en zal je deze veelgemaakte fouten nu niet meer maken.  Veel succes!


(meer…)

Lees verderDeze fouten ga jij niet meer maken

Hoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

Engels naar een hoger niveau brengen? Lees de onderstaande tips!

1.Hoeveel woorden moet ik kennen?

Om jezelf goed verstaanbaar te maken, je ideeën over te kunnen brengen en op jouw beurt een native speaker goed te kunnen volgen is een goede woordenschat essentieel. Uit hoeveel woorden bestaat de woordenschat van een native speaker eigenlijk?

Je moet dan onderscheid maken in de actieve woordenschat en de passieve woordenschat. De actieve woordenschat van een gemiddeld persoon ligt tussen de 13.000-20.000 afhankelijk van het opleidingsniveau. Dit zijn woorden die zo kunnen worden toegepast uit het geheugen. De passieve woordenschat bestaat uit 40.000 woorden, we hebben het dan over woorden die herkend worden maar niet zelf gebruikt worden.

Het moet niet jouw doel worden om 20.000 woorden te gaan leren want een native Engels persoon heeft hier zo’n 20 jaar over gedaan. Bedenk je hierbij ook dat niet alle woorden even nuttig zijn om te weten.

Voor een gesprek over dagelijkse, algemene onderwerpen zijn 2000 veelgebruikte woorden al voldoende. Een eenvoudige tekst over een toegankelijk thema vereist tussen de 4000-5000 woorden. Maar als je meer complexere documenten, wetenschappelijke boeken of studieboeken wilt besturen heb je ongeveer 10.000 woorden nodig.

Het aantal vereiste woorden hangt dus af van het doel waarvoor je Engels wilt leren.

Je moet je ook realiseren dat een goede woordenschat slechts een onderdeel is van goed Engels. Vergeet daarnaast niet je vaardigheden te vergroten op het gebied van bijvoorbeeld grammatica, uitspraak en intonatie.

2. Taalvaardigheid – Word families

Om je kennis van Engels te vergroten moet je gebruik kunnen maken van de verschillende vormen uit een woord familie. In een artikel heb ik uitgelegd dat het gebruik van synoniemen en antoniemen een manier is om je taalvaardigheid te tonen. Nu laat ik zien dat je de varianten van een woord familie ook kan gebruiken met hetzelfde doel. Kijk eens naar compete – competition – competitive. He is a competitive person. He competes in a competition.

Taalvaardigheid – Prefixes en Suffixes

De kennis van prefixes en suffixes (oftewel voor- en achtervoegsels) is een derde manier om Engels te gebruiken op een gevorderd niveau. Prefixes zijn lettergrepen aan het begin van een woord die een nieuw woord creëren. Vb. irregular, disagree. Suffixen zijn lettergrepen aan het eind van een woord. Vb. persuasion, acknowledgement. Kennis van voor- en achtervoegsels kan je ook helpen in het ontcijferen van onbekende woorden. Grijp niet gelijk naar een woordenboek maar probeer de betekenis te herleiden aan de hand van delen uit het woord dat je al wel weet.

3. Informeel – Formeel

Bij het leren van woorden moet je je bewust zijn van het verschil tussen informele woorden en formele woorden. Je kunt zo alsnog de plank volledig misslaan als je een woord in de verkeerde context gebruikt. Leer daarom woorden altijd in een hele zin zodat je ze niet alleen makkelijker onthoudt maar je ook altijd het goede woord in de correcte situatie gebruikt.

4. Present Continuous vs Present Simple

Het verschil tussen de Present Continuous en de Present Simple is kort gezegd het verschil tussen tijdelijk en permanent. Als helpdesk medewerker is het dus niet handig om te zeggen “We have problems with our website” want dan zeg je dat dit een permanente situatie is waar niets aan te doen is. Terwijl “We are experiencing problems with our website” aangeeft dat het een situatie is van tijdelijke aard waar aan gewerkt wordt.

5. Past Simple vs Present Perfect

Dit onderscheid is vooral voor Nederlandse studenten erg lastig omdat het zo anders gebruikt wordt in de moedertaal. De Past Simple in het Engels geeft aan dat het gegeven afgerond en afgesloten is. Vb. I lived in Johannesburg 15 years ago. Terwijl de Present Perfect aangeeft dat iets nog bezig is of een effect heeft op het heden. Het wordt vaak gebruikt voor opgedane vaardigheden of ervaringen. Vb. I have lived in Johannesburg.


(meer…)

Lees verderHoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

Voetbal vocabulaire “The three points are inside” – Test je je kennis

Afgelopen week is het Europees Kampioenschap voetbal begonnen. Voor een paar weken hebben heel veel mensen het over doelpunten, winnen, verliezen, statistieken en de al dan niet terechte beslissingen van de scheidsrechter. Ook al doet er maar een Nederlander mee, het blijft een grote show waar veel mensen over praten. Laten we eens kijken hoeveel voetbal vocabulaire jij al kent.

Kies het juiste antwoord. Meerdere antwoorden zijn mogelijk soms.

Welke statement is correct?

  • a. football is Brits
  • b. soccer is Brits
  • c. football is Amerikaans
  • d. soccer is Amerikaans

Hoe heet de enige Nederlander die meedoet aan het EK 2016?

  • a. Rafael vd Vaart
  • b. Piet Jansen
  • c. Bjorn Kuipers
  • d. Louis van Gaal

Hoe zeg je elftal in het Engels?

  • a. the league
  • b. the mannschaft
  • c. the team
  • d. the eleven

Wat is een voetbalveld in het Engels?

  • a. the football pitch
  • b. the football field
  • c. the soccer field
  • d. the grass

Noem 4 posities in een elftal.

  • a. the goal keeper
  • b. the defender
  • c. the striker
  • d. the midfielder

Hoe noem je een overtreding?

  • a. foul
  • b. fault
  • c. mistake
  • d. attack

Hoe noemen we buitenspel?

  • a. out of the game
  • b. outside
  • c. not in the game
  • d. offside

Hoe noem je de middenstip?

  • a. the centre-spot
  • b. the middle
  • c. the dot
  • d. the dot in the middle

Waar zitten the substitutes?

  • a. on the bench
  • b. on the roof
  • c. on the grass
  • d. in the bus

Wat is the national anthem?

  • a. de vlag van een land
  • b. het nationale volkslied
  • c. de nationale taal
  • d. de mascotte

Bonusvraag: “It’s always the goals that are counting” Wie zei dit? ___________________

Antwoorden: 1.a – 2.c – 3.d – 4.a – 5.alle vier – 6.a – 7.d – 8.a – 9.a – 10.b – Bonusvraag: Louis van Gaal

Gebruik de woordenlijst met voetbal vocabulaire om jezelf verstaanbaar te maken in de kroeg, de pub, op het strand of wellicht op het werk.

Woordenlijst Nederlands-Engels

algemeengeneral
voetbalfootball (UK) / soccer (USA)
voetballento play football (UK) / to play soccer (USA)
voetballerfootball player (UK) / soccer player (USA)
voetbalteamfootball team (UK) / soccer team (USA)
voetbalwedstrijdfootball match (UK) / soccer match (USA)
voetbalclubfootball club (UK) /  soccer club (USA)
voetbalveldfootball pitch (UK) / soccer pitch (USA)
volksliednational anthem
positiespositions
elftaleleven
aanvoerdercaptain / skipper
aanvallerforward
spitsstriker
verdedigerdefender
keeper / doelmangoalkeeper / goalie
middenveldermidfielder
tegenstanderopponent
laatste spelersweeper
buitenspeler / vleugelspelerwinger
invallerssubstitutes
speelveldplaying field
doelgoal
doellijngoal line
corner vlagcorner stand
zijlijntouchline
middenlijnhalf-way line
middenstipcentre-spot
doelpaalgoal posts
latcrossbar
strafschopgebiedpenalty box / penalty area
spelgame
eigen doelpuntown goal
Gelijkspeldraw
hoekschopcorner kick
overtredingfoul
strafschoppenalty kick
handshand ball
kopbalheader
vrije trapfree kick
ingooithrow in
bankbench
volksliednational anthem
aftrapkick-off
gelijkmakerequaliser
een strafschop nemento take a penalty
de bal koppento head the ball
een gele/rode kaart gevento book
van het veld gestuurd wordento be sent off
een doelpunt makento score a goal
blessure tijdinjury time / added time
verlengingextra time
grensrechterlinesman
scheidsrechterreferee
buitenspeloffside
gele kaartyellow card
rode kaartred card
strafschoppenalty kick
verliezento lose
winnento win
nederlaagdefeat
penalty reekspenalty shoot-out
Wat is de stand?What is the score?
een fantastische reddinga fantastic save
Wie staat er voor?Who is in the lead?

(meer…)

Lees verderVoetbal vocabulaire “The three points are inside” – Test je je kennis