Hoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

1.Hoeveel woorden moet ik kennen?

Om jezelf goed verstaanbaar te maken, je ideeën over te kunnen brengen en op jouw beurt een native speaker goed te kunnen volgen is een goede woordenschat essentieel. Uit hoeveel woorden bestaat de woordenschat van een native speaker eigenlijk?

Je moet dan onderscheid maken in de actieve woordenschat en de passieve woordenschat. De actieve woordenschat van een gemiddeld persoon ligt tussen de 13.000-20.000 afhankelijk van het opleidingsniveau. Dit zijn woorden die zo kunnen worden toegepast uit het geheugen. De passieve woordenschat bestaat uit 40.000 woorden, we hebben het dan over woorden die herkend worden maar niet zelf gebruikt worden.

Het moet niet jouw doel worden om 20.000 woorden te gaan leren want een native Engels persoon heeft hier zo’n 20 jaar over gedaan. Bedenk je hierbij ook dat niet alle woorden even nuttig zijn om te weten.

Voor een gesprek over dagelijkse, algemene onderwerpen zijn 2000 veelgebruikte woorden al voldoende. Een eenvoudige tekst over een toegankelijk thema vereist tussen de 4000-5000 woorden. Maar als je meer complexere documenten, wetenschappelijke boeken of studieboeken wilt besturen heb je ongeveer 10.000 woorden nodig.

Het aantal vereiste woorden hangt dus af van het doel waarvoor je Engels wilt leren.

Je moet je ook realiseren dat een goede woordenschat slechts een onderdeel is van goed Engels. Vergeet daarnaast niet je vaardigheden te vergroten op het gebied van bijvoorbeeld grammatica, uitspraak en intonatie.

2. Taalvaardigheid – Word families

Om je kennis van Engels te vergroten moet je gebruik kunnen maken van de verschillende vormen uit een woord familie. In een artikel heb ik uitgelegd dat het gebruik van synoniemen en antoniemen een manier is om je taalvaardigheid te tonen. Nu laat ik zien dat je de varianten van een woord familie ook kan gebruiken met hetzelfde doel. Kijk eens naar compete – competition – competitive. He is a competitive person. He competes in a competition.

Taalvaardigheid – Prefixes en Suffixes

De kennis van prefixes en suffixes (oftewel voor- en achtervoegsels) is een derde manier om Engels te gebruiken op een gevorderd niveau. Prefixes zijn lettergrepen aan het begin van een woord die een nieuw woord creëren. Vb. irregular, disagree. Suffixen zijn lettergrepen aan het eind van een woord. Vb. persuasion, acknowledgement. Kennis van voor- en achtervoegsels kan je ook helpen in het ontcijferen van onbekende woorden. Grijp niet gelijk naar een woordenboek maar probeer de betekenis te herleiden aan de hand van delen uit het woord dat je al wel weet.

3. Informeel – Formeel

Bij het leren van woorden moet je je bewust zijn van het verschil tussen informele woorden en formele woorden. Je kunt zo alsnog de plank volledig misslaan als je een woord in de verkeerde context gebruikt. Leer daarom woorden altijd in een hele zin zodat je ze niet alleen makkelijker onthoudt maar je ook altijd het goede woord in de correcte situatie gebruikt.

4. Present Continuous vs Present Simple

Het verschil tussen de Present Continuous en de Present Simple is kort gezegd het verschil tussen tijdelijk en permanent. Als helpdesk medewerker is het dus niet handig om te zeggen “We have problems with our website” want dan zeg je dat dit een permanente situatie is waar niets aan te doen is. Terwijl “We are experiencing problems with our website” aangeeft dat het een situatie is van tijdelijke aard waar aan gewerkt wordt.

5. Past Simple vs Present Perfect

Dit onderscheid is vooral voor Nederlandse studenten erg lastig omdat het zo anders gebruikt wordt in de moedertaal. De Past Simple in het Engels geeft aan dat het gegeven afgerond en afgesloten is. Vb. I lived in Johannesburg 15 years ago. Terwijl de Present Perfect aangeeft dat iets nog bezig is of een effect heeft op het heden. Het wordt vaak gebruikt voor opgedane vaardigheden of ervaringen. Vb. I have lived in Johannesburg.


(meer…)

Lees verder Hoe breng je je Engels naar een hoger niveau?

“The three points are inside” – Test je voetbal vocabulaire

Afgelopen week is het Europees Kampioenschap voetbal begonnen. Voor een paar weken hebben heel veel mensen het over doelpunten, winnen, verliezen, statistieken en de al dan niet terechte beslissingen van de scheidsrechter. Ook al doet er maar een Nederlander mee, het blijft een grote show waar veel mensen over praten. Laten we eens kijken hoeveel voetbal vocabulaire jij al kent.

Kies het juiste antwoord. Meerdere antwoorden zijn mogelijk soms.

Welke statement is correct?

  • a. football is Brits
  • b. soccer is Brits
  • c. football is Amerikaans
  • d. soccer is Amerikaans

Hoe heet de enige Nederlander die meedoet aan het EK 2016?

  • a. Rafael vd Vaart
  • b. Piet Jansen
  • c. Bjorn Kuipers
  • d. Louis van Gaal

Hoe zeg je elftal in het Engels?

  • a. the league
  • b. the mannschaft
  • c. the team
  • d. the eleven

Wat is een voetbalveld in het Engels?

  • a. the football pitch
  • b. the football field
  • c. the soccer field
  • d. the grass

Noem 4 posities in een elftal.

  • a. the goal keeper
  • b. the defender
  • c. the striker
  • d. the midfielder

Hoe noem je een overtreding?

  • a. foul
  • b. fault
  • c. mistake
  • d. attack

Hoe noemen we buitenspel?

  • a. out of the game
  • b. outside
  • c. not in the game
  • d. offside

Hoe noem je de middenstip?

  • a. the centre-spot
  • b. the middle
  • c. the dot
  • d. the dot in the middle

Waar zitten the substitutes?

  • a. on the bench
  • b. on the roof
  • c. on the grass
  • d. in the bus

Wat is the national anthem?

  • a. de vlag van een land
  • b. het nationale volkslied
  • c. de nationale taal
  • d. de mascotte

Bonusvraag: “It’s always the goals that are counting” Wie zei dit? ___________________

Antwoorden: 1.a – 2.c – 3.d – 4.a – 5.alle vier – 6.a – 7.d – 8.a – 9.a – 10.b – Bonusvraag: Louis van Gaal

Gebruik de woordenlijst met voetbal vocabulaire om jezelf verstaanbaar te maken in de kroeg, de pub, op het strand of wellicht op het werk.

Woordenlijst Nederlands-Engels

algemeen general
voetbal football (UK) / soccer (USA)
voetballen to play football (UK) / to play soccer (USA)
voetballer football player (UK) / soccer player (USA)
voetbalteam football team (UK) / soccer team (USA)
voetbalwedstrijd football match (UK) / soccer match (USA)
voetbalclub football club (UK) /  soccer club (USA)
voetbalveld football pitch (UK) / soccer pitch (USA)
volkslied national anthem
posities positions
elftal eleven
aanvoerder captain / skipper
aanvaller forward
spits striker
verdediger defender
keeper / doelman goalkeeper / goalie
middenvelder midfielder
tegenstander opponent
laatste speler sweeper
buitenspeler / vleugelspeler winger
invallers substitutes
speelveld playing field
doel goal
doellijn goal line
corner vlag corner stand
zijlijn touchline
middenlijn half-way line
middenstip centre-spot
doelpaal goal posts
lat crossbar
strafschopgebied penalty box / penalty area
spel game
eigen doelpunt own goal
Gelijkspel draw
hoekschop corner kick
overtreding foul
strafschop penalty kick
hands hand ball
kopbal header
vrije trap free kick
ingooi throw in
bank bench
volkslied national anthem
aftrap kick-off
gelijkmaker equaliser
een strafschop nemen to take a penalty
de bal koppen to head the ball
een gele/rode kaart geven to book
van het veld gestuurd worden to be sent off
een doelpunt maken to score a goal
blessure tijd injury time / added time
verlenging extra time
grensrechter linesman
scheidsrechter referee
buitenspel offside
gele kaart yellow card
rode kaart red card
strafschop penalty kick
verliezen to lose
winnen to win
nederlaag defeat
penalty reeks penalty shoot-out
Wat is de stand? What is the score?
een fantastische redding a fantastic save
Wie staat er voor? Who is in the lead?

 

(meer…)

Lees verder “The three points are inside” – Test je voetbal vocabulaire

Snel beter Engels met deze 20 tips

Je weet dat Engels steeds belangrijker wordt, of het nu op school is of tijdens je werk. Maar hoe krijg je nu snel beter Engels. Het is een behoorlijk lastige taal. Volg deze 20 tips en ook jij zult snel beter worden in Engels.  

  1. Rule of 4

4 nieuwe woorden + 4 synoniemen + 4 antoniemen

“The weather is nice” “Did you have a nice holiday?” “That is a really nice dress”

Dit kan natuurlijk beter. Vragen en opmerkingen worden veel interessanter als je in elke zin een synoniem (of tegenstelling) had gebruikt. Je breidt zo niet alleen snel je vocabulaire uit, je houdt mensen ook geboeid.

  1. Leer woorden altijd in zinnen

Nieuwe woorden onthoud je makkelijker in zinsverband en als je ze in zinnen plaatst weet je ook zeker dat je altijd de juiste context hebt.

  1. Praat (hardop) tegen jezelf

Wie doet het niet – tegen zichzelf praten….. ik raad het je van harte aan. Het is vaak raar om je eigen stem te horen, laat staan in het Engels. Wat zou je over je werk willen vertellen bijvoorbeeld? 

  1. Wees niet bang om fouten te maken

Om vooruitgang te boeken moet je veel oefenen – heel veel oefenen – maar dan zul je ook fouten maken. Niemand gaat je uitlachen (wellicht een onderwerp van een van je nachtmerries). Een eventuele miscommunicatie is snel verholpen. Om de legendarische woorden van Edison te gebruiken: ik heb niet gefaald, ik heb alleen maar 10.000 manieren gevonden die niet werkten.

  1. Leer de onregelmatige woorden

Het is heel belangrijk dat je geen fouten meer maakt in het gebruik van je onregelmatige werkwoorden. Dit document zal je helpen met het onder de knie krijgen van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden

Common Irregular Verbs Grouped

  1. Stel jezelf een doel

Stel jezelf een praktisch en haalbaar doel. Natuurlijk wil je zo snel mogelijk het Engels onder de knie hebben maar wees realistisch in hoeveel uur per week je eraan kunt besteden. Wees eerlijk naar jezelf toe!   

  1. Start een eigen woordenboek

Zorg dat je altijd een notitieboekje bij je hebt voor nieuwe woorden, een  notitieboek via je smartphone kan ook. Ontdek wat voor jou het best werkt. Je eigen woorden zul je sneller onthouden en ze zullen ook vaker terug komen in je taalgebruik.

  1. Bedenk waarom je de taal wilt leren

Een goed hulpmiddel om vooruitgang te boeken is motivatie. Waarom wil je Engels leren? Waarom wil je je beter uit kunnen drukken in woord en geschift. Als je dit voor jezelf helder hebt, ben je veel gemotiveerder.

  1. Ga op zoek naar plekken waar je de taal kunt oefenen

Zoals ik al aangaf valt of staat de vooruitgang bij oefenen. Hierbij is interactie belangrijk. Hoe breng je je harde werk in de praktijk? Zoek een plek waar je de taal kunt oefenen.

  1. Denk in het Engels

Het maken van een zin in het Engels gaat op dit moment wellicht traag maar dit komt omdat je de zin eerst in het Nederlands bedenkt en hem vervolgens vertaalt  met alle problemen van dien. De onzekerheid en traagheid voorkom je door in het Engels te gaan denken.

  1. Lees het nieuws op bbc.co.uk

Lees voor de verandering eens het nieuws op BBC online, of naast het nieuws in het Nederlands zodat de hoofdlijnen al bekend zijn. 

  1. youtube.com

Op youtube is een schat aan informatie te vinden. Visuele uitleg over een grammatica onderwerp of hoe je je uitspraak verbetert bijvoorbeeld. 

  1. Voeg deze online woordenboeken toe aan je favorieten

www.dictionary.cambridge.com

www.thesaurus.com

www.wordhippo.com

  1. Luister naar Engelse programma’s zoals TED.com

Hier vind je uiteenlopende verhalen van mensen die wat te vertellen hebben.   

  1. Bekijk Engelstalige films of series zonder ondertiteling

We kijken ongelooflijk veel tv-programma’s, films of series in het Engels. Probeer deze eens zonder ondertiteling te kijken of met 888 (Engelse ondertiteling) 

  1. Abonneer je op engvid.com

Dit zijn online video’s van native speakers die elke keer weer een nuttig onderwerp aansnijden in het proces van het verbeteren van de Engelse taal. 

  1. Download een artikel / een songtekst / een gedicht of een recept

Gebruik je hobby’s en interesses in je online zoektocht naar manieren om je Engels te verbeteren. Noteer alle woorden die je niet kent in je woordenboek. 

  1. Oefen je uitspraak

Buffi Duberman heeft geweldige video’s gemaakt over oa uitspraak van de th klank Buffi Duberman over th klank

  1. Gebruik werkwoordstijden strategisch

Positief nieuws =  present simple / Slecht nieuws =  present continuous

“We have problems with our website” is niet de boodschap die je klanten gerust zal stellen. “We are having problems with our website” daarentegen wel. Dit geeft aan dat de problemen van tijdelijke aard zijn.

  1. Weet het verschil tussen de past simple en present perfect

Het gebruik van de verleden tijd en de voltooide tijd is net anders in het Engels.  De past simple wordt gebruikt voor afgeronde situaties “I worked for KLM for almost 10 years”.

Als een situatie nog steeds voortduurt zeggen we “I have worked as a teacher for 4 years”.   
Deel jouw unieke manier om je Engels te verbeteren. Laat een reactie achter en help elkaar.

Volg deze tips en je zult zien dat je snel beter Engels gaat praten.

 

Geïnspireerd? Abonneer je gratis op Inspiration – Iedereen kan Engels leren, het tweewekelijkse eZine met makkelijk toepasbare tips.

Als bonus ontvang je het e-book “Engels voor Dyslecten”

Schrijf je hier in!

(meer…)

Lees verder Snel beter Engels met deze 20 tips